Nieuw jaar, nieuwe baan? Bekijk de aanbiedingen! meer ...
Hydroflex HJM C-Tec MT-Messtechnik



  • Normen, Richtlijnen
  • Vertaald met AI
Auteur
Bettina Huck

Verordening gevaarlijke stoffen gewijzigd: Dit moeten bedrijven doen


De wijziging van de Verordening gevaarlijke stoffen is op 5 december 2024 in werking getreden. Belangrijke wijzigingen betreffen vooral activiteiten met kankerverwekkende, mutagene voor kiemcellen en reproductietoxische stoffen, de zogenaamde KMR- of CMR-stoffen, evenals met asbest. Het doel is om de preventie van beroepsgebonden kanker te verbeteren.

Bedrijven waarin KMR-stoffen worden geproduceerd of gebruikt, moeten wijzigingen vaststellen en bestaande maatregelen controleren, indien nodig aanpassen of nieuw vastleggen. Ook moeten nieuwe eisen voor activiteiten met asbest en asbesthoudend materiaal worden geïdentificeerd en passende beschermingsmaatregelen worden geïmplementeerd. Bedrijven zoeken geschikte instrumenten om gevaarlijke stoffen en wetswijzigingen te beheren.

Belangrijke wijzigingen

Activiteiten met kankerverwekkende (K), mutagene voor kiemcellen (M) en reproductietoxische (R) stoffen:

– KMR-stoffen van categorieën 1A en 1B mogen in principe alleen in gesloten systemen worden geproduceerd en gebruikt.
– Het risicogerichte maatregelenconcept voor activiteiten met kankerverwekkende gevaarlijke stoffen van categorieën 1A en 1B – dat momenteel in TRGS 910 is geregeld – wordt opgenomen. Eisen aan beschermingsmaatregelen worden gekoppeld aan het statistische risico om door de activiteit een kanker te ontwikkelen.
– Bij overschrijding van de grenswaarde op de werkplek (AGW) bij activiteiten met KM-stoffen van categorieën 1A en 1B moet een maatregelenplan worden opgesteld. Bedrijven moeten de vastgestelde blootstelling melden aan de bevoegde autoriteit en het maatregelenplan overleggen. De sluitingsregeling voor KM-stoffen van categorieën 1A en 1B wordt geschrapt.
– Aanvullende regelingen voor activiteiten met reproductietoxische stoffen van categorieën 1A en 1B worden vastgesteld, onder andere moet een expositie-register worden bijgehouden en 5 jaar worden bewaard (voor KM-stoffen van categorieën 1A en 1B blijft de bewaartermijn ongewijzigd 40 jaar).

Activiteiten met asbest

Aangezien in alle gebouwen die vóór 31.10.1993 zijn gebouwd, rekening moet worden gehouden met asbest in bouwmaterialen of de bouwstructuur, geldt onder andere:

– Activiteiten met laag en gemiddeld risico mogen worden uitgevoerd mits de vastgestelde beschermingsmaatregelen worden nageleefd, voor activiteiten met hoog risico blijven strengere eisen gelden.
– Er wordt een informatie- en medewerkingsplicht ingevoerd voor de opdrachtgever van bouwwerkzaamheden. Hij moet het ingehuurde bedrijf nu alle beschikbare informatie (bijvoorbeeld bouwjaar of bouwstart) of over de belasting met schadelijke stoffen verstrekken.
– Bij onduidelijke situatie moet het bouwbedrijf een verkenning in de gebouwen laten uitvoeren.
– De eis van vakbekwaamheid wordt nu ook ingevoerd voor activiteiten met mogelijk asbesthoudende materialen (bijvoorbeeld spoor-, weg- en tunnelbouw, steengroeven). Er geldt een overgangsperiode van 3 jaar.
– Werkzaamheden met asbest mogen alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel. De vakbekwaamheid kan worden verkregen via een nascholingscursus, bijvoorbeeld bij BG BAU. Ook hier geldt een overgangsperiode van drie jaar.

In het kader van de risico-inventarisatie moeten nu ook psychische belasting expliciet worden meegenomen.

Wat moeten bedrijven doen

Werkgevers moeten eerst nagaan of zij getroffen zijn. Als KMR-stoffen worden geproduceerd of gebruikt, moeten interne processen worden aangepast. Bouwbedrijven moeten de gewijzigde eisen implementeren, vooral met betrekking tot informatie van de opdrachtgever en de kwalificatie van het personeel. De Verordening gevaarlijke stoffen en de Technische regels voor gevaarlijke stoffen (TRGS) bepalen in grote lijnen wat geldt voor activiteiten met gevaarlijke stoffen.

Risico-inventarisatie

De werkgever mag een activiteit met gevaarlijke stoffen pas laten uitvoeren nadat een risico-inventarisatie is uitgevoerd. Ook psychische belasting door onvoldoende of onbegrijpelijke informatie, inadequate instructie of tegenstrijdige arbeidsvereisten moet worden meegenomen.

Veiligheidsinformatieblad

Volgens § 6 GefStoffV moet de werkgever de benodigde informatie over gezondheid en veiligheid van zijn leveranciers verkrijgen voor de risico-inventarisatie. Dit omvat ook gegevens over toelatingsplicht en verboden op productie en gebruik. De belangrijkste informatiebron bij activiteiten met gevaarlijke stoffen is het veiligheidsinformatieblad (SDB). Omdat een actuele versie moet worden gebruikt, wordt aanbevolen om elke 2 jaar de meest recente versie op te vragen.

De werkgever moet het veiligheidsinformatieblad controleren op duidelijk onvolledige, tegenstrijdige of foutieve gegevens en indien nodig bij de leverancier een correct veiligheidsinformatieblad opvragen. De achtergrond van deze plausibiliteitscontrole volgens GefStoffV in verband met TRGS 400 is dat veiligheidsinformatiebladen vaak fouten bevatten. Correcte gegevens vormen echter de basis voor veilig omgaan en passende beschermingsmaatregelen, zoals persoonlijke beschermingsmiddelen.

Gevarencatalogus / -register

In principe moet bij het omgaan met gevaarlijke stoffen een gevarencatalogus worden opgesteld (§ 6 lid 12 GefStoffV). Relevante gegevens worden meestal geleverd door het veiligheidsinformatieblad. De volgende gegevens moeten minimaal worden opgenomen:

– Naam van de gevaarlijke stof,
– Classificatie van de gevaarlijke stof of informatie over de gevaarlijke eigenschappen,
– Gegevens over de gebruikte hoeveelheden in het bedrijf,
– Naam van de werkgebieden waar werknemers aan de gevaarlijke stof kunnen worden blootgesteld,
– Een verwijzing naar de bijbehorende SDB.

Gevarencatalogi worden vaak als Excel-tabellen opgesteld, relevante gegevens moeten zorgvuldig worden vastgelegd en bijgewerkt. In de dagelijkse praktijk kan het overzicht verloren gaan, waardoor de gevarencatalogus niet actueel is.

Praktijktip: Snelle gevaarstofcontrole

Naast de eenvoudige vermelding van samenstelling en gevaren willen werkgevers snel kunnen herkennen of gebruikte gevaarlijke stoffen als kankerverwekkend, mutagene voor kiemcellen of reproductietoxisch zijn ingedeeld.

Voor welke stoffen activiteiten voor zwangere vrouwen ongeschikt zijn of arbeidsmedisch onderzoek vereist is, biedt ook belangrijke informatie voor bedrijven om de veiligheid en gezondheid van hun werknemers te waarborgen.

Software die deze controles op basis van verzamelde gegevens zonder extra inspanning uitvoert, bevordert veilig werken en bespaart tijd.

Bedrijfsvoorschriften

Op basis van informatie en resultaten uit de risico-inventarisatie moet de werkgever schriftelijke bedrijfsvoorschriften opstellen. Deze moeten aan de werknemers worden verstrekt voordat zij aan de werkzaamheden beginnen, bij voorkeur in de buurt van de werkplek, bijvoorbeeld als mededeling. Bedrijfsvoorschriften moeten in begrijpelijke taal en vorm worden opgesteld, dat wil zeggen dat voor niet-Duitssprekende werknemers vertalingen nodig kunnen zijn.

Bedrijfsvoorschriften moeten minimaal de volgende informatie bevatten:

– Over de aanwezige of ontstane gevaarlijke stoffen op de werkplek,
– Over passende voorzorgsmaatregelen en maatregelen,
– Over maatregelen die bij bedrijfsstoringen, ongevallen en noodgevallen en ter voorkoming hiervan door de werknemers, vooral door reddingsteams, moeten worden uitgevoerd.

Bij elke "noodzakelijke wijziging van de arbeidsomstandigheden", bijvoorbeeld bij een gewijzigde classificatie van de gebruikte gevaarlijke stof, moet worden gecontroleerd of de bijbehorende bedrijfsvoorschriften nog actueel zijn of moeten worden aangepast. En uiteindelijk moeten werknemers worden geïnstrueerd op basis van bedrijfsvoorschriften.

Mogelijke hulpmiddelen

Geschikt zijn toepassingen voor gevaarlijke stoffen die automatisch veiligheidsinformatiebladen in PDF-formaat kunnen inlezen en eenvoudige plausibiliteitscontroles mogelijk maken. Uit de ingelezen gegevens moet vervolgens het individuele gevarencatalogus ontstaan, en bedrijfsvoorschriften moeten met één klik kunnen worden opgesteld.

Een snelle gevaarstofcontrole voor stoffen en mengsels moet de KMR-eigenschap automatisch aangeven, waarbij KMR-stoffen worden herkend op basis van de bijbehorende gevaarcategorieën en H-zinnen. Ook een indicatie voor stoffen waarvoor activiteiten voor zwangere vrouwen ongeschikt zijn en arbeidsmedisch onderzoek vereist is, vergemakkelijkt het werk van de verantwoordelijken. Om gevaarlijke stoffen betrouwbaar te beheren, is geschikte software bijvoorbeeld de webgebaseerde software van QUMsult, die aan alle genoemde eisen voldoet.

Conclusie

Verantwoordelijken op het gebied van arbeids- en milieubescherming moeten de geldende voorschriften voor activiteiten met gevaarlijke stoffen vaststellen en passende maatregelen bepalen en implementeren. Ze moeten wijzigingen in de gaten houden en interne processen aanpassen. Softwaretoepassingen ondersteunen hierbij en maken rechtszeker werken mogelijk. Bedrijven besparen tijd en geld, werknemers blijven gezond en arbeidsbekwaam.

Geïnteresseerden kunnen de HSEQ-software 30 dagen gratis testen of kennismaken via een webmeeting, geheel vanaf hun bureau: Web SARA Gevaarlijke stoffen.


QUMsult GmbH & Co. KG
79098 Freiburg
Duitsland


Beter geïnformeerd: Met het JAARBOEK, de NIEUWSBRIEF, NEWSFLASH, NEWSEXTRA en de EXPERTENGIDS

Blijf op de hoogte en abonneer u op onze maandelijkse e-mail NIEUWSBRIEF en NEWSFLASH en NEWSEXTRA. Krijg meer informatie over de reinruimtewereld met ons gedrukte JAARBOEK. En ontdek wie de experts op het gebied van reinruimtes zijn in onze gids.

Piepenbrock ClearClean Vaisala Becker