- Vertaald met AI
Dr. Henning Frase
"Patentbox" – Wat is het en wie heeft het nodig?
Technologie in het Recht
Het gaat om aantrekkelijke fiscale stimulansen, die met name in de Benelux-landen zijn ingevoerd, maar inmiddels ook in grote EU-landen zoals het Verenigd Koninkrijk en regionaal in Zwitserland. Per 1 januari 2015 heeft ook Italië een “Patentbox” geïntroduceerd. In Duitsland heeft – verrassend voor veel vakmensen – de Duitse minister van Financiën Schäuble in de herfst van 2014 de Duitse regels voor de Patentbox in het vooruitzicht gesteld, maar stuitte hij op weerstand uit de deelstaten.
1. Patentbox – Wat is dat en hoe werkt het?
Patentbox-belastingregimes bestaan sinds de jaren 1970. Deze belastingmodellen zijn van grote praktische relevantie geworden in het kader van technologische veranderingen (onder andere digitale netwerken) en door de verscherpte internationale belastingconcurrentie. Alle modellen van een “Patentbox”, “Licentieboks” of “Innovatiebox” (zo wordt het in Nederland genoemd) delen dat de nationale belastingdienst bepaalde inkomsten uit of in verband met de exploitatie van specifieke intellectuele eigendomsrechten (patenten, enz.) grotendeels vrijstelt van belasting. Daarmee moeten sterk onderzoeksgerichte bedrijven worden aangetrokken, omdat uit hun vestiging volkswirtschaftelijk voordeel wordt verwacht.
In detail verschillen de modellen van de verschillende landen. Te onderscheiden valt op basis van:
– welke beschermingsrechten in aanmerking komen (patenten en/of andere beschermde intellectuele eigendomsrechten? Onbeschermd intellectueel eigendom? Licenties?),
– of de beschermingsrechten zelf moeten zijn gecreëerd of ook kunnen worden verworven (indien ja, ook van verbonden ondernemingen?),
– hoe hoog de effectieve belastingdruk uiteindelijk is, en
– of de belastingvoordeel kan worden gecombineerd met andere lokale fiscale stimulansen.
Zo verlenen België en Nederland in de eerste jaren een groot deel van de loonbelasting vrij bij nieuw opgerichte R&D-activiteiten. Daarnaast belonen sommige landen R&D-activiteiten door kosten hiervoor niet alleen eenvoudig af te trekken, maar met een factor van 1,5 of 2,0. Het inventieve vermogen van de nationale belastingwetgevers is groot.
2. Kritiek en actuele ontwikkelingen
De belastingheffing over inkomsten binnen het kader van Patentboxen ligt doorgaans, afhankelijk van het model, onder de 10%. In Luxemburg bedraagt de effectieve belastingdruk op kwalificerende inkomsten uit het gebruik van patenten, maar ook van rechten op software, ongeveer 5,8%. In Nederland ligt de belastingdruk slechts rond de 5%, maar de eisen voor het gebruik van het belastingvoordeel zijn aanzienlijk strenger.
Deze ontwikkelingen hebben de grote industrielanden en de EU-commissie op de agenda gezet. Landen zoals Duitsland vrezen – niet geheel ten onrechte – dat dergelijke stimulansen op oneerlijke wijze belastinggrondslag wegsnaaien (base erosion) en worden gebruikt voor het verschuiven van belastbare winsten naar landen met lagere belastingtarieven (profit shifting). Daarom worden alle Patentbox-modellen onder de loep genomen. Een veelbelovende ontwikkeling is de tussen het Verenigd Koninkrijk en Duitsland in november 2014 gesloten overeenkomst: daarbij heeft het Verenigd Koninkrijk zich verplicht om haar eigen Patentbox-regels te herzien en te beperken. Met name zou een gunstige Patentbox-belasting alleen nog mogelijk moeten zijn in gevallen waarin de patenten daadwerkelijk in het Verenigd Koninkrijk zijn ontwikkeld.
3. Aanbevelingen voor Duitse bedrijven
Het is momenteel onwaarschijnlijk dat de Patentbox-modellen van de verschillende landen in hun huidige vorm zullen blijven bestaan. Veel modellen zullen onder fiscale druk worden aangepast, zodat alleen nog door R&D in het buitenland gecreëerd intellectueel eigendom profiteert van de gunstige belastingregeling.
Het Duitse belastingrecht bestraft al nu het verschuiven van intellectueel eigendom en R&D-activiteiten naar het buitenland. Het verplaatsen van dergelijke waarden en activiteiten wordt vaak behandeld als een verkoop van de betreffende waarden, waarbij een fictieve winst wordt belast. Dit geldt ook in gevallen van “functieverschuiving”, zelfs als er nog geen beschermingswaardige rechten bestaan, maar deze in de toekomst wel worden verwacht.
Dat betekent niet dat het in individuele gevallen niet mogelijk is om gebruik te maken van dergelijke fiscale voordelen in het buitenland, rekening houdend met de Duitse fiscale eisen. Vooral wanneer een land (of meerdere landen) sowieso uit niet-fiscale redenen interessant is voor uitbreiding.
Auteur: Dr. Henning Frase is werkzaam als fiscaal jurist en belastingadviseur








