- Vertaald met AI
Anastasija Schlicht (Abteilungsleiterin)
Duitse dorpen of een noodzakelijke investering?
Werkingsgaten van desinfectiemiddelen
Bij het gebruik van desinfectiemiddelen treden steeds weer effectieitsgaten op. Labor L+S laat zien hoe je je daar beter tegen kunt beschermen.
Heeft u zich ooit afgevraagd waarom, ondanks het gebruik van verschillende desinfectiemiddelen in het hygiënemonitoring, naast de typische onschuldige huidmicro-organismen, steeds weer ook kritische micro-organismen (bijvoorbeeld bacteriële sporenvormers of schimmels) worden aangetoond? Bent u tijdens een overheidsaudit ooit geconfronteerd met een inspecteur die gegevens over de validatie van desinfectiemiddelen heeft gevraagd? Of wilt u zich niet meer tevreden stellen met goede monitoringsresultaten alleen, maar ook voorbereid zijn op een plotselinge calamiteit? Ook al klinkt het eenvoudig: het gebruik van een vermeld desinfectiemiddel is vandaag de dag simpelweg niet meer voldoende.
De selectie en kwalificatie van geschikte desinfectiemiddelen in de farmaceutische omgeving blijft een grote uitdaging. Daarbij speelt niet alleen de fundamentele werkzaamheid van het product tegen verschillende micro-organismen een grote rol. Het desinfectiemiddel wordt ook gekozen op basis van materiaalvriendelijkheid, gebruiksveiligheid en efficiëntie. Het gebruik van ongeschikte preparaten kan niet alleen financiële gevolgen hebben – het heeft ook een directe invloed op de productveiligheid, vooral als niet kan worden gegarandeerd dat vooral pathogene micro-organismen betrouwbaar worden gedood!
Waarom fabrikantgegevens alleen niet meer voldoende zijn
In de afgelopen tien jaar zijn bij talrijke validaties van desinfectiemiddelen, uitgevoerd door Labor L+S AG, effectieitsgaten ontdekt. Soms ligt dat aan het gebruik van ongeschikte producten en strategieën, zoals het gebruik van alcoholische preparaten tegen bacteriële sporen. Aan de andere kant worden de gebruiksaanwijzingen van fabrikanten niet altijd correct opgevolgd. Wanneer tijdens een desinfectiemiddelstudie de onvoldoende werkzaamheid van een desinfectiemiddel wordt vastgesteld, betekent dat niet noodzakelijk dat het product in het algemeen ongeschikt is.
De producten worden door fabrikanten vaak getest op medische relevante criteria, die echter meestal niet overeenkomen met de omstandigheden in de farmaceutische sector.
Vooral wat betreft het microbieel spectrum en oppervlakken verschillen de toepassingsgebieden in klinieken en de farmaceutische industrie sterk. Om die reden is het van cruciaal belang om het testontwerp zorgvuldig te kiezen en de tests uit te laten voeren door een laboratorium dat ruime ervaring heeft in het samenstellen van een klant-specifiek testontwerp voor de desinfectiemiddelentest.
Keuze van het juiste desinfectiemiddel
Maar we beginnen eerst met de eerste stap, namelijk het kiezen van het juiste desinfectiemiddel. Om een voorselectie te maken, is het handig om bijvoorbeeld de VAH-lijst (Verbund für Angewandte Hygiene) te raadplegen. De daar vermelde producten zijn door ten minste twee onafhankelijke beoordelaars getest volgens DGHM-standaarden (Deutsche Gesellschaft für Hygiene und Mikrobiologie, nu: VAH – Verbund für angewandte Hygiene) op hun microbiocide werking. Het gebruikte referentie micro-organismenprofiel en de gebruikte oppervlakken weerspiegelen – zoals eerder vermeld – vooral het gebruik van desinfectiemiddelen in de klinische sector. Daarom is het niet voldoende om uitsluitend op de werkzaamheidsgegevens van de fabrikanten te vertrouwen. Deze kunnen uitstekend worden gebruikt ter aanvulling op eigen gegevens. In een tweede stap is het echter onmisbaar om de geschiktheid van de betreffende producten voor de farmaceutische omgeving aan te tonen.
Het feit dat dit niet alleen een ‘nice-to-have’ is, wordt onder meer beschreven in annex 15 van de GMP-richtlijn. Hier wordt expliciet geëist dat reinigings- en desinfectieprocedures voor productcontactoppervlakken worden gevalideerd en dat, indien nodig, ook de delen die geen contact met het product hebben, worden meegenomen.
Ook de Amerikaanse toezichthoudende instantie FDA (Food and Drug Administration) eist al enkele jaren dat het gebruik van desinfectiemiddelen in de farmaceutische productie wordt gevalideerd en dat de werkzaamheid op bedrijfsspecifieke oppervlakken tegen bedrijfsisolaten wordt aangetoond. Naast een initiële validatie om de werkzaamheid van het desinfectiemiddel te controleren, moet in het kader van een risicobeoordeling worden vastgesteld wanneer en hoe regelmatige hervalidaties moeten worden uitgevoerd.
Wanneer het desinfectieconcept wordt gewijzigd, bijvoorbeeld door het toevoegen van nieuwe desinfectiemiddelen, het aanpassen van gebruiksconcentraties of het vaststellen van nieuwe inwerktijden, zijn vaak nieuwe werkzaamheidscontroles nodig. Vooral ook wanneer het geïdentificeerde huismicrobieel spectrum verandert, wordt het aanbevolen om hervalidaties uit te voeren.
Realistischer en praktijkgerichter de situatie ter plaatse weergeven
Omdat er lange tijd geen bindende richtlijnen waren voor het uitvoeren van een desinfectiemiddelvalidatie, lag de ‘zwarte piet’ bij de validatieverantwoordelijke van farmaceutische bedrijven – in dit geval het vaststellen van de juiste methoden en eisen binnen een validatieplan. Om de vergelijkbaarheid van de resultaten in principe te waarborgen, wordt aanbevolen om de testuitvoering volgens DGHM- of EN-richtlijnen te laten plaatsvinden. Het testontwerp komt grotendeels overeen met de standaardmethoden die oorspronkelijk voor desinfectiemiddelproducenten zijn ontwikkeld en die nog steeds door de fabrikanten worden gebruikt voor de werkzaamheidscontrole.
De werkelijke omstandigheden in de farmaceutische omgeving worden daarbij echter niet weergegeven. In de praktijkgerichte oppervlaktetest volgens DGHM-richtlijn worden bijvoorbeeld microbengetallen tot 10^1 KBE/ml gebruikt en worden minimale reducties van tot 5 log-stappen geëist. De hygiëneverantwoordelijken weten echter dat dit weinig te maken heeft met het ‘echte microbiële leven’. Uit evaluaties van het hygiënemonitoring blijkt dat – indien al – meestal slechts geringe microben worden gevonden en dat een reductie van tot 5 log-stappen overdreven is. Dit aspect wordt onder meer door USP aangehaald in haar hoofdstuk <1072> ‘Disinfectants and Antiseptics’: ‘... disinfectants are less effective against the higher numbers of micro-organisms used in laboratory challenge tests than they are against the numbers that are found in clean rooms.’ De USP stelt daarom een microbenreductie van ≥ 3 log-stappen voor voor vegetatieve bacteriën en ≥ 2 log-stappen voor bacteriële sporen. Met deze USP-benadering worden de werkelijke omstandigheden ter plaatse realistischer en praktijkgerichter weergegeven en wordt de validatie van desinfectiemiddelen aanzienlijk vereenvoudigd.
Deze testopzet leidt vanzelfsprekend niet tot de conclusie dat alle desinfectiemiddelen effectief zijn. Het blijft essentieel om de preparaten te kiezen op basis van hun toepassingsgebied en werkingsgebied.
Dat het toepassen van de USP-eisen voor de controle van de werkzaamheid van desinfectiemiddelen zinvol is, werd voor het eerst aangetoond in een in 2007 uitgevoerde desinfectiemiddelvalidatie voor Boehringer Ingelheim (resultaten zie publicatie Matin et al. [2007]: Praxisgerichte validatie van desinfectiemiddelen in de farmaceutische omgeving, Pharm. Ind. 69, Nr. 11, 1323 - 1326).
Hieruit bleek dat in de praktijkgerichte tests volgens de DGHM-methode alle geteste desinfectiemiddelen – ongeacht het oppervlak – effectieitsgaten vertoonden. Alle tests waarbij de gevraagde microbenreducties niet konden worden bereikt, werden herhaald met lagere uitgangs-microbengetallen, rekening houdend met de USP-voorschriften. Daarbij kon worden aangetoond dat met lagere microbengetallen de gevraagde microbenreducties in bijna alle gevallen werden gehaald.

Labor LS SE & Co. KG
Mangelsfeld 4, 5, 6
97708 Bad Bocklet
Duitsland
Telefoon: +49 9708 91000
Fax: +49 9708 910036
E-mail: service@labor-ls.de
Internet: https://www.labor-ls.de/








