- Vertaald met AI
Beschermingswerking volgens SWKI 99-3 en volgens DIN 1946-4
Referentie Aerosol Systeem RAS 3000
Met het Referentie Aerosol Systeem RAS 3000 van Palas® kan de beschermingsgraadbepaling volgens SWKI 99-3 en DIN 1946-4 betrouwbaar, reproduceerbaar en kosteneffectief worden uitgevoerd.
Stand van de techniek vóór de RAS 3000
Volgens SWKI 99-3 editie 400/5/2004 en DIN 1946-4 editie december 2008 wordt de beschermingsgraad SGx berekend met de formule SGx = - log (Cx/CnRef).
Cx = gemeten deeltjesconcentratie
CRef = referentie-deeltjesconcentratie van de referentiewaarde
Hoe nauwkeuriger de referentiewaarde kan worden ingesteld, des te betrouwbaarder en reproduceerbaarder kan de SG worden bepaald. In de genoemde normen wordt een referentiestroom QRef gedefinieerd om operatieruimtes, die met verschillende ventilatie- en luchtzuiveringssystemen worden bedreven, betrouwbaar en reproduceerbaar te kunnen vergelijken. Beide normen laten open hoe QRef respectievelijk CRef wordt gemeten. In de normen zou het meettechnische bewijs van deze cruciale referentiewaarden ter plaatse moeten worden geëist. Dit is niet het geval! Omdat dit bewijs met de RAS 3000 eenvoudig te verrichten is en de praktische uitvoering in verschillende publicaties wordt beschreven, zal de fundamentele eis bij de herziening van de bovengenoemde normen moeten worden opgenomen.
In ISO 21501-4 worden de werking en verschillende apparaatkenmerken beschreven, zoals bijvoorbeeld de ondergrens van de meetnauwkeurigheid — deze komt overeen met de ondergrens van optische deeltjesmeters (OPC’s) — voor toepassingen in schone ruimten. Volgens ISO 21501-4 editie 2007 mag de ondergrens van de detectie ook bij identieke apparaten met ± 20 % variëren. De volumestroom van een OPC mag met ± 5 % variëren. Dit betekent dat de meetwaarden, die met verschillende OPC’s bijvoorbeeld bij het bepalen van de beschermingsgraad van operatieruimtes worden vastgesteld, met 50 % kunnen variëren.
Met de RAS 3000 kunnen tegelijkertijd de ondergrenzen van de meetnauwkeurigheid van tot wel vijf OPC’s worden gekalibreerd ten opzichte van een referentie-OPC met een nauwkeurigheid van 6 %. Met de RAS 3000 kunnen dus zowel de beschermingsgraadbepalingen van operatieruimtes als de kalibratie van OPC’s betrouwbaar, reproduceerbaar en kosteneffectief worden uitgevoerd.
De gelijkheid van de concentratie CnAAZ op de AAZ1 – AAZ6 moet ook ter plaatse worden aangetoond.
Innovatie Beschermingsgraadbepaling
Met de RAS 3000 is het mogelijk om voor de beschermingsgraad (SG) volgens SWKI 99-3 en DIN 1946-4 tegelijkertijd op zes verschillende plaatsen een gedefinieerd aerosol met de vereiste referentiestroom QRef te genereren.
De RAS 3000 onderscheidt zich door de snelle en reproduceerbare instelling van de vereiste referentiestroom QRef.
De zes aerosolopdrachtcilinders (AAZ’s) van de RAS 3000 hebben, zoals in de norm vereist, een perforante mantel. Het belangrijkste voordeel van de RAS 3000 is dat de bronsterkte QRef betrouwbaar op alle zes AAZ’s kan worden gecontroleerd met elke geschikte optische deeltjesmeter (OPC). De concentratieverschillen tussen de zes AAZ’s bedragen daarbij slechts maximaal 4 %. Hetzelfde geldt voor de fluctuatie van de deeltjesconcentratie over de meetduur van bijvoorbeeld drie uur.
De referentiestroom QRef moet meettechnisch worden aangetoond in de operatieruimte, omdat bij de gebruikte deeltjesmeters volgens ISO 21501-4 de ondergrens van de meetnauwkeurigheid met ± 20 % en de volumestroom met ± 5 % mag variëren. Meetresultaten die binnen deze toleranties worden vastgesteld, kunnen dus met 50 % afwijken.
Let op: Het heeft dus geen zin als een leverancier van een aerosolverdeel systeem (AV) vaststelt dat bij zijn AV de vereiste QRef = 6,3 x 109 P/min werkplaatsmatig is vooringesteld, omdat verschillende OPC’s doorgaans verschillende concentraties meten op dezelfde meetplaats. Volgens ISO 21501-4 kunnen de door twee OPC’s gemeten concentraties met maximaal 50 % van elkaar verschillen.
De richtlijn SWKI 99-3 en DIN 1946-4 vereisen deze referentiestroom QRef, daarom moet QRef ook meettechnisch worden aangetoond. We adviseren om zowel QRef als de concentraties op de meetpunten MP1 – MP3 met dezelfde OPC te controleren.
Literatuur:
2012 Zes op een klap. Het gelijktijdig kalibreren van tot zes deeltjesmeters; ReinRaumTechnik 8/2012, L. Mölter, J. Blattner, A. Machmüller,
2012 Kalibratiesysteem voor optische deeltjesmeters;
ICCCS 2012, L. Mölter, S. Schütz (+ presentatie)
2012 Bepaling van de beschermingsgraad volgens SWKI 99-3 en DIN 1946-4;
ICCCS 2012, L. Mölter, S. Schütz (+ presentatie)
2011 Mobiel kalibratiesysteem voor deeltjesmeters;
VDI-Berichte Nr. 2125 (2011), L. Mölter, S. Schütz (+ presentatie)
2010 Gezonde lucht – bepaling van de beschermingswerking van ventilatiesystemen in operatiekamers; ReinRaumTechnik 4/2010, S. 40 – 42, L. Mölter, K. Hildebrand, R. Külpmann
2009 Nieuwe ISO-standaarden: hogere nauwkeurigheid met optische deeltjesmeters;
VDI-Berichte Nr. 2083 (2009), L. Mölter, S. Schütz, G. Lindenthal (+ presentatie)
2007 Betrouwbare bepaling van de beschermingsgraad voor operatiekamers;
VDI-Berichte Nr. 1973 (2007), L. Mölter, S. Schütz, K. Hildebrand, R. Külpmann (+ presentatie)
Palas® GmbH
76187 Karlsruhe
Duitsland








